Jup Goffin Auteur/Dichter/Columnist                                                                Zaterdag, 8 Augustus 2020

Het Feest Der Groene Bladeren

Al enkele zonnen zaten Droevige Beer en zijn mannen bij de kust van St John’s op ‘zij met hoorns op hun hoofd’ te wachten. Het was iedere keer hetzelfde liedje, al vele zomers lang. Als de eerste sneeuw begon te vallen trokken de jagers van de Mi’kmaq stam van Nova Scotia naar St. John’s om hun huiden tegen de groene bladeren te ruilen. De hoofdman van de gehoornden had hem ooit verteld dat zij deze bladeren ruilden met een vreemd figuur uit Noviomagus Batavorum die het canapis noemde. Het geheim van deze wonderplant was bij hem in de familie gedurende ontelbare zomers overgegaan van vader op zoon.
Iedere keer zaten ze hier vele manen te wachten totdat de gehoornde barbaren verschenen. Al ver voordat ze in zicht kwamen, konden ze hun dronken gelal en gebral over de wateren horen.Droevige Beer vroeg zich af hoelang ze dit nog zouden kunnen doen. Tijdens het laatste feest der groene bladeren had hun medicijnvrouw Hijgend Hert hem gewaarschuwd voor de komst van Hij met het Ei, vergezeld van dood en verderf. Maar goed, zolang ze nog het feest der groene bladeren konden vieren was er geen vuiltje aan de lucht. Wel moesten ze iedere keer weer de Mounties om de tuin zien te leiden. Deze bereden Politiefunctionarissen waren zo corrupt als de kolere. Als ze betrapt werden, dan waren ze niet alleen hun hele voorraad canapis kwijt, maar ook hun groene kaart waardoor hun status veranderde van trotse wigwambezitter naar dakloze Native.
Maar Droevige Beer zou geen goed opperhoofd zijn als hij hier geen oplossing voor zou hebben. Gedurende de tijd dat ze afwezig waren voor de ruil, was het gokken en minnespel in hun dorp in de aanbieding. Een soort van -SALE-  zeg maar. Overal stonden dan borden die aangaven dat er vijftig procent korting werd gegeven en Mounties kregen er, bij vertoon van hun badge, nog eens tien procent bovenop. Geen enkele RCMP (Royal Canadian Mounted Police) die hier niet vatbaar voor was. Hij glimlachte bij de gedachte dat er nu in iedere wigwam een of meerdere functionarissen met, letterlijk en … letterlijk, lege zakken lagen te ronken.Opeens werden zijn gedachten onderbroken door wel zeer bekende klanken. Vals als de neten galmde het over het water:
‘En we gaan nog niet naar huis
Nog lange niet, nog lange niet
En we gaan nog niet naar huis
Want moeder is niet thuis’
Maar Droevige Beer wilde op dat moment niks liever horen. Dit betekende dat ze snel weer bepakt en bezakt naar huis konden om het feest der groene bladeren te vieren.