Jup Goffin Auteur/Dichter/Columnist                                                                Donderdag, 22 Oktober 2020

Romario en Juliana door Willempie Schudpeer

Juliana stapt door de deuropening en hoort gelijk al het gezang van haar geliefde door de gangen galmen.
‘Romario, waar zijt gij?’ roept ze uit volle borst. Maar door zijn eigen gezang hoort hij haar in den beginne niet en Juultje, een koosnaam die haar lief haar gegeven heeft, schrijdt door de gang haar lokroep herhalend. Eindelijk komt er antwoord.
‘Ik ben op het schijthuis Juul, de shoarma met sambal en knoflook van gisterenavond speelt mij een beetje parten.’
Het duurt niet lang voordat Juultje ruikt wat haar minnaar bedoelt en voordat ze er erg in heeft valt ze enkele meters voor de poepdoos flauw. Haar hoofd raakt met kracht de marmeren vloer en door een wonde begint het bloed te vloeien.
Romario vindt het toch wel lang duren voordat zijn Juultje verschijnt en nog aan zijn broek hijsende stapt hij de gang in. Hij ziet haar in een plas bloed liggen en terwijl de laatste lettergreep van haar naam zijn lippen passeert struikelt hij over zijn nog niet opgehesen kledingstuk, klettert met zijn gezicht tegen de muur en valt dood neer.
Juultje komt bij en nadat ze flink over haar nek is gegaan door de vreselijke stank die nog steeds de gangen vult, ziet ze in een waas haar geliefde liggen. Snel staat ze op, rent naar hem toe en begint hem te reanimeren. Aangezien ze nooit een EHBO cursus gehad heeft weet ze niet goed wat ze moet doen en begint zowel te blazen als te zuigen. Een stuk shoarma dat sinds gisteren nog achter zijn kiezen geplakt zit laat los en schiet in haar keel. Al stikkende glijdt ze naast haar Romario neer en terwijl haar hand de zijne vindt, volgt ze hem naar de eeuwige jachtgronden.