Waarom er in Mexico Spaans gesproken wordt

‘Opperhoofd Geile eh Grijze Beer, er komen allemaal mannen met vier benen aan. Een heleboel, wel tien handen vol.’
‘Ik kan me voorstellen dat je enkele keren bent blijven zitten, Weet Weinig. Tien handen is vijftig. Heb je weer aan de hasjpijp gezeten? Mannen met vier benen, waar haal je het vandaan.’
‘Ik lieg niet, Grijze Beer. Ze hebben het lichaam van een man, maar lopen op vier benen, ik zweer het. Kijk daar komen ze.’
De Spanjaarden naderden op hun paarden het dorp. Twee van hen stapten af en liepen naar de vreemdelingen rond het kampvuur toe. ‘Gegroet, zijn jullie Indianen?’
‘Indianen? Nee, dan zijn jullie behoorlijk verdwaald, wij zijn Amerikanen.’ Het opperhoofd wees naar de richtingaanwijzer in het midden van hun dorp, waarop te lezen stond; India 8.178 Miles (voor Europeanen 13.162 Km.) ‘Maar wie zijn jullie en wat komen jullie doen?’
‘Wij zijn Spanjaarden op ontdekkingsreis met Columbus en wij komen jullie land veroveren.'
'No conquistar, idiota, explorar!’
‘Sorry, wij komen jullie land verkennen.’
‘Zo! En waarom, als ik vragen mag?’ 
‘Nou, misschien gaan we hier wel hotels en casino’s bouwen en dan worden jullie heel erg rijk.’ 
Het opperhoofd stond op en liep naar de twee vreemdelingen toe.
‘Dan wil ik alleen met jullie hoofdman Columbus praten.’
Een groepje afgevaardigden van de Amerikanen werd door de Spanjaarden naar het strand begeleid, waar Columbus zijn tent had opgezet. Toen ze hem naderden zat hij net zijn ontbijtje, een eitje met croissantje en koffie, te nuttigen. Aangezien hij geen eierdopje bezat, had hij moeite dat ding recht te laten staan. Het opperhoofd zag dat Columbus met het eitje hanneste, pakte het ding van hem af en plaatste het met een ferme tik vast op tafel. 
‘Eureka’, riep Columbus, pakte zijn instant camera en maakte er een foto van.
‘Heer Columbus, gegroet. Ik ben opperhoofd Grijze Beer en heb van uw mannen vernomen dat u hier vakantieoorden wilt realiseren, klopt dat?’ Nog voor hij kon antwoorden, betrad een soldaat helemaal overstuur de tent.
‘Columbus, we hebben net bericht ontvangen van onze supersnelle duif. We kunnen niet meer terugvaren naar Spanje. Ze zijn in oorlog met Engeland en de Limey’s vernietigen ieder schip dat de wateren rond Spanje binnenvaart.’
‘Dan rest ons maar een ding, we moeten asiel aanvragen bij deze Amerikanen.’

Terwijl hun aanvraag bij de stamoudsten in behandeling was, kregen ze voorlopig onderdak in leegstaande tipi’s. Columbus was de eerste wiens aanvraag ingewilligd werd. Een wat oudere, vrijgezelle vrouw in het dorp had een oogje op hem laten vallen en toen hij op chirurgische wijze dit weer terug wist te plaatsen, kreeg hij zonder verdere omwegen een verblijfsvergunning. Uiteindelijk kreeg iedereen, na verloop van tijd, toestemming om in het beloofde land te blijven. Ze kregen zelfs een eigen stuk land toegewezen en werden daar met paard en wagen naartoe gebracht. Onderweg vroegen zijn mede-statushouders hoe hij hun nieuwe land wilde noemen. Columbus zat al de hele weg een liedje te neuriën dat hij ooit gehoord had. Het was van een buitenlandse zangeres, Imca Marina en toen de titel hem te binnenschoot schreeuwde hij luid en duidelijk: ‘Mexico!’

E-mail verzonden