Op ieder potje past een dekseltje


Roodkapje was onderweg naar haar stamkroeg. Ze had nog een lange weg te gaan en omdat ze geen zin had dat hele end te lopen, ging ze liften. Menig voertuig was haar al voorbij gereden zonder te stoppen, totdat ze haar rok tot boven haar knie oprolde en de bovenste knoopjes van haar blouse losmaakte. Ze zag hem snel naderen op zijn witte paard en toen ze haar duim omhoog bracht, stopte hij. 
‘Waar moet je heen, schoonheid?’ 
‘Naar de kroeg, maar eerst wilde ik nog even een burger happen bij die nieuwe McDonald’s.’ 
‘Spring dan maar achterop.’ 
Terwijl ze op en neer hobbelend achter hem zat, vroeg ze hem wie hij was en waar hij naartoe ging.
‘Ik ben de prins op het witte paard en ben eigenlijk onderweg om Sneeuwwitje te redden.’ 
‘Redden? Hoe dan?’ 
‘Door haar een kus op haar mond te geven.’
‘Dahaar geheef ik je weheinig kahans. Kuhun je mihischieien wahat rehustigeher aaaan rehijden, zohometeen ihis mijhijn mehelk zuuuur.’ 
‘Sorry, eigenlijk heb ik nogal haast, maar omdat jij het bent. Beter zo?’ 
‘Hèhè, stukken.’
'Maar waarom geef je me weinig kans bij Sneeuwwitje?’
‘Weet je dat dan niet? Het is in het hele bos en verre omstreken bekend, die meid is zo lesbisch als de koelere man. Dan kun je als kerel zijnde nog beter een kikker kussen dan haar.’ 
‘Wat stel je dan voor?’ 
‘Ga lekker met mij mee. Eerst een Big Tasty met Wolfbacon scoren en daarna doorzakken bij de Zes Dwergen. Wie weet scoor je daarna nog wel iets anders, ahum.’ 
‘De Zes Dwergen? Ik dacht dat het er zeven waren?’ 
‘Dat klopt, maar eentje heeft getracht Sneeuwwitje te versieren. Dat heeft ie dus niet overleefd. Ik zei het je toch.’

Sneeuwwitje werd dan ook snel vergeten en nadat ze zich tegoed hadden gedaan bij de Mac, gingen ze op pad naar de kroeg. Aangezien Roodkapje een beetje schraal was geworden door op de achterkant van het zadel heen en weer te schuren, legden ze gedrieën de rest van de route te voet af. 
‘Kun je daar ook kamers huren? Ik heb geen zin om straks als een Maleier nog naar huis te rijden.’
‘Geen enkel probleem. De Dwergen hebben ook een B&B.’ 
De prins dacht zijn geluk niet op te kunnen, toen ze onderweg Doornroosje en Assepoester ook nog tegenkwamen. Eenmaal aan de bar gezeten, Pinokkio had zich inmiddels ook bij hen gevoegd, vloeide de alcohol de hele avond rijkelijk. Zoals besproken, werden er kamers voor de nacht gereserveerd en toen de dwergen aan de bel gingen hangen voor de aller-allerlaatste ronde, werd er afgerekend en op handen en knieën naar boven gekropen. 

De volgende ochtend kreeg de prins de afknapper van zijn leven. Hoewel hij zich niet veel meer van de avond ervoor herinnerde, stond hem toch iets bij van jonge, mooie deernes. De stem die hem goedemorgen wenste klonk echter verre van jong en deerne. Toen hij zich omdraaide, stootte de neus van Pinokkio in zijn oog. Roodkapje daarentegen lag nog innig verstrengeld in de armen van Doornroosje en Assepoester.

E-mail verzonden